
Blogartikel
Wat gebeurt er met een lijfrente bij overlijden?
Geschreven door Mart Valkering

Op 19-08-2025
Uitvaart
Heeft u momenteel nog een lijfrente lopen? Misschien heeft u deze ooit afgesloten via een oude spaarloonregeling of als zelfstandig ondernemer. Dan bouwt u een potje op als aanvulling op uw pensioeninkomen. Maar weet u welke afspraken er met de aanbieder gelden in het geval van overlijden? In dit artikel leggen wij uit wat er gebeurt met uw lijfrente als u komt te overlijden — zowel vóór als tijdens de uitkeringsfase — en waarom het verstandig kan zijn om uw product eens te laten controleren.
Wat is een lijfrente?
Een lijfrente is een product waarmee u fiscaal vriendelijk vermogen opbouwt voor een aanvullende pensioenuitkering. Dat kan via een verzekering of via banksparen (een spaar- of beleggingsrekening bij een bank). U legt geld in en ontvangt later een periodieke uitkering. Het type lijfrente is bepalend voor wat er met het tegoed gebeurt bij overlijden.
Overlijden vóór de uitkeringsfase
Nabestaanden hebben na overlijden van de lijfrentehouder doorgaans twee jaar de tijd om het vrijkomende lijfrentekapitaal aan te wenden voor een nabestaandenlijfrente. De looptijd van de uitkering is afhankelijk van de relatie tot de overledene en kan daarnaast worden beïnvloed door de leeftijd en, in sommige gevallen, de gezondheidstoestand van de nabestaande.
Bancaire lijfrente
Bij een bancaire lijfrente valt het opgebouwde kapitaal in uw nalatenschap. Uw erfgenamen kunnen dit echter niet vrij besteden; het geld moet worden gebruikt voor een nabestaandenlijfrente. De waarde blijft dus behouden voor de nabestaanden. Daarbij dienen zij zich wel te houden aan de fiscale regels; doen zij dat niet, dan kan er een extra heffing of revisierente in rekening worden gebracht.
Verzekerde lijfrente
Bij een lijfrenteverzekering hangt veel af van de polisvoorwaarden. Bij een lijfrenteverzekering dient, net zoals bij een bancaire lijfrente, een nabestaandenlijfrente aangekocht te worden in geval van overlijden. Ook hier dienen de nabestaanden zich te houden aan de fiscale regels.
In veel oudere polissen is opgenomen dat bij overlijden slechts een deel van de waarde wordt uitgekeerd, bijvoorbeeld 90% van de waarde, 100% of 110% van de ingelegde premies, of de premie vermeerderd met een beperkt rendement. In uitzonderlijke gevallen keert de polis niets uit. Dit komt meestal doordat de overlijdensrisicodekking in het verleden is verwijderd, bijvoorbeeld om kosten te besparen. Er zijn ook polissen waarin een aanvullende overlijdensrisicoverzekering (ORV) is opgenomen. In dat geval ontvangen de nabestaanden een vooraf vastgesteld verzekerd bedrag.
Let op: alleen een echtgenoot of geregistreerde partner wordt bij een verzekerde lijfrente standaard vermeld als begunstigde. Woont u samen en wilt u dat uw lijfrente bij overlijden naar uw samenwoonpartner gaat? Dan moet u dit expliciet vastleggen in de begunstiging op de polis.
Overlijden tijdens de uitkeringsfase
Als uw lijfrente al uitkeert en u overlijdt, dan gelden andere regels.
- Bij een bancaire lijfrente: de waarde blijft behouden en wordt gedurende de resterende looptijd uitgekeerd aan uw erfgenamen. Zij nemen de uitkeringen over op hun naam.
- Bij een lijfrenteverzekering: zonder aanvullende afspraken stopt de uitkering direct en vervalt het resterende bedrag aan de verzekeraar. Wilt u dat uw partner bij overlijden de alsdan resterende uitkering toekomt? Dan moet u dat bij aanvang geregeld hebben via:
- een lijfrente op twee levens, of
- een contraverzekering die bij overlijden een bedrag uitkeert aan de nabestaanden.
- Kosten: oudere producten kennen vaak relatief hoge kosten, bijvoorbeeld voor aanvullende dekkingen zoals een overlijdensrisicoverzekering (ORV) of premiedoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid. Soms zijn deze dekkingen inmiddels overbodig.
- Rendement: bij veel oudere producten staat het rendement niet in een passende verhouding tot het beleggingsrisico en biedt een bancaire beleggingsvariant een meer passend rendement.
- Erfrechtelijke wensen: uw huidige polis komt mogelijk niet overeen met uw wensen voor uw nabestaanden.
- Lagere kosten
- Beter, meer passend rendement
- Meer flexibiliteit in looptijd en uitkering
Meer over de auteur

Dit artikel is geschreven door:
Mart Valkering van Advitas
Mart Valkering van Advitas