
Blogartikel
Wat gebeurt er met de hypotheek bij het overlijden van uw partner?
Geschreven door Mart Valkering

Op 02-12-2025
Geld & verzekering
Het overlijden van een partner is ingrijpend, zowel emotioneel als financieel. Een belangrijke vraag is: wat gebeurt er met de woning en de hypotheek? Het is geen prettig onderwerp, maar wel verstandig om hier op tijd bij stil te staan om onverwachte financiële problemen te voorkomen. In dit artikel geven we u inzicht in de mogelijkheden en aandachtspunten rondom de hypotheek bij overlijden van een van de partners. Wat er precies met de woning gebeurt, hangt af van of u getrouwd bent, een geregistreerd partnerschap heeft of samenwoont.
Belangrijk: de informatie in dit artikel geeft een algemeen beeld. Het onderwerp is complex, omdat het raakt aan wetgeving, belastingregels en voorwaarden van hypotheekverstrekkers. Voor advies dat past bij uw eigen situatie is het verstandig om een hypotheekadviseur te raadplegen.
Hypotheek na het overlijden van een van de partners
Wanneer een van de partners overlijdt, blijft de hypotheek in principe gewoon doorlopen. De langstlevende partner blijft schuldenaar op de lening, omdat hij of zij al op de hypotheekakte stond. Het aandeel van de overledene in de woning én in de boedel valt in de erfenis, maar dit betekent niet dat de bank de hypotheek automatisch op de langstlevende partner zet.
Als er een overlijdensrisicoverzekering (ORV) aan de hypotheek gekoppeld is, kan deze verzekering helpen om (een deel van) de hypotheek af te lossen. Dat kan de maandlasten voor de nabestaanden verlichten.
Wat er vervolgens met de woning gebeurt, hangt af van de situatie. Erfgenamen erven het deel van de overledene en kunnen ervoor kiezen dit samen met de langstlevende partner aan te houden. Ook kan de woning worden verkocht; de eventuele overwaarde of restschuld wordt dan verdeeld volgens het erfrecht en eventueel de bepalingen in een testament. Voor situaties waarin een partner achterblijft, gelden specifieke regels.
Getrouwd of geregistreerd partnerschap
Voor huwelijken of geregistreerde partnerschappen vóór 1 januari 2018:
Als u en uw partner vóór deze datum zijn getrouwd of een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan zonder huwelijkse voorwaarden, geldt de algehele gemeenschap van goederen. De woning en de hypotheek zijn dan gezamenlijk eigendom. Wanneer één van de partners overlijdt, blijft de langstlevende partner in de meeste gevallen in de woning wonen. Zijn er kinderen, dan erven zij een deel van de nalatenschap, maar hun erfdeel is meestal pas opeisbaar wanneer ook de langstlevende partner overlijdt. Daardoor kan de langstlevende doorgaans in de woning blijven, zolang de hypotheeklasten kunnen worden gedragen.
Voor huwelijken of geregistreerde partnerschappen na 1 januari 2018:
Sinds deze datum geldt de beperkte gemeenschap van goederen. Dit betekent dat alleen wat tijdens het huwelijk is opgebouwd gezamenlijk is. Was de woning al van één van de partners vóór het huwelijk, dan valt deze bij overlijden in de nalatenschap van de overledene. De langstlevende partner is volgens de wet altijd erfgenaam, maar er kunnen ook andere erfgenamen zijn, zoals kinderen. De verdeling volgt het erfrecht en eventueel de bepalingen in een testament. Dit kan in sommige situaties betekenen dat er keuzes moeten worden gemaakt over de woning. Goede afspraken of een testament kunnen helpen om deze situatie duidelijker te maken.
Geen huwelijk of geregistreerd partnerschap, maar wel een gezamenlijke woning
Als beide partners geen huwelijk of geregistreerd partnerschap hebben, maar wel samen eigenaar zijn van een woning, blijft de hypotheek na het overlijden van één van de partners gewoon bestaan zoals deze is afgesloten. De langstlevende partner blijft schuldenaar voor zijn of haar eigen deel van de hypotheek. De vraag of de woning kan worden aangehouden, hangt vooral af van de betaalbaarheid van de maandlasten én van de afspraken die er onderling en juridisch zijn vastgelegd.
Wil de langstlevende partner in de woning blijven? Dan is het verstandig om samen met een hypotheekadviseur te bekijken wat er mogelijk is. In sommige situaties kan de hypotheek (voor zover nodig) op naam van de langstlevende partner worden gezet, maar de bank voert dan altijd een inkomenstoets uit. Soms staan banken zo’n wijziging niet toe.
Daarnaast kunnen er andere erfgenamen zijn die recht hebben op het aandeel van de overledene in de woning. Dit kan bijvoorbeeld spelen bij kinderen of ouders/broers/zussen als erfgenamen. Om te voorkomen dat de langstlevende partner hierdoor in een lastige positie komt, is het belangrijk om dit goed te regelen, bijvoorbeeld via een testament of een samenlevingscontract.
Geen huwelijk of geregistreerd partnerschap, en de woning is van de overleden partner
Wanneer partners samenwonen zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap en de woning volledig eigendom was van de overleden partner, valt de woning in de nalatenschap. De erfgenamen worden dan eigenaar van de woning. Voor de langstlevende partner kan dit betekenen dat het verblijf in de woning niet vanzelfsprekend is. In overleg met de erfgenamen kan soms worden afgesproken dat de langstlevende partner (tijdelijk) in de woning kan blijven wonen.
Is de langstlevende partner in een testament opgenomen, dan kan dat extra zekerheid geven. Toch is het nog steeds belangrijk om te beoordelen of de woning financieel haalbaar blijft. Als de maandlasten te hoog worden, kan het verstandig zijn om de woning te verkopen en de opbrengst te verdelen volgens het erfrecht en eventuele bepalingen in een testament.
Om te voorkomen dat een langstlevende partner in een moeilijke positie terechtkomt, is het verstandig om goede afspraken te maken. Dat kan via een testament, maar vaak ook via een samenlevingscontract. Zo is op voorhand duidelijk wat er met de woning gebeurt als één van de partners overlijdt.
Wat kunt u nu al doen?
Er zijn verschillende stappen die u kunt nemen om te voorkomen dat u of uw partner voor financiële verrassingen komt te staan bij het overlijden van één van de partners.
1. Regel de nalatenschap goed
Zet afspraken vast over wat er met de woning gebeurt als één van de partners overlijdt. Zeker als u niet bent getrouwd of geen geregistreerd partnerschap heeft, is het verstandig om dit vast te leggen via een testament of samenlevingscontract. Zo voorkomt u dat de langstlevende partner in een lastige positie terechtkomt.
2. Kijk wat de langstlevende partner kan dragen op inkomen
Het is belangrijk om te beoordelen wat de langstlevende partner straks kan betalen op basis van inkomen en eventueel nabestaandenpensioen. Als het inkomen onvoldoende is, kan het helpen om (een deel van) de hypotheek af te lossen of gebruik te maken van een overlijdensrisicoverzekering. Een gesprek met een hypotheekadviseur geeft inzicht in welke maatregelen nodig zijn om de maandlasten beheersbaar te houden.
3. Controleer of uw hypotheek onder de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) valt
Een hypotheek met NHG kan een extra vangnet bieden bij betalingsproblemen na overlijden. In sommige gevallen biedt NHG tijdelijke oplossingen, waardoor de woning behouden kan blijven. Bespreek met uw hypotheekadviseur of u in aanmerking komt voor NHG en welke voorwaarden gelden.
Conclusie: Zorg voor duidelijkheid en een haalbaar plan
Het overlijden van een partner is al zwaar genoeg zonder zorgen over de woning en de hypotheeklasten. Door tijdig afspraken vast te leggen en uw financiële situatie goed in beeld te brengen, voorkomt u veel onzekerheid. Een testament of samenlevingscontract, een passende overlijdensrisicoverzekering en inzicht in de betaalbaarheid kunnen daarbij helpen.
Advitas denkt graag met u mee. We beoordelen samen uw situatie en bekijken welke stappen nodig zijn om ervoor te zorgen dat de langstlevende partner in de woning kan blijven wonen. Neem gerust contact met ons op voor een persoonlijk en begrijpelijk adviesgesprek. We helpen u graag verder met advies dat past bij uw situatie.
Meer over de auteur

Dit artikel is geschreven door:
Mart Valkering van Advitas
Mart Valkering van Advitas