
Blogartikel
Jaarruimte benutten met een lijfrente: meer belastingvoordeel dan u denkt
Geschreven door Mart Valkering

Op 24-07-2026
Pensioen
Een lijfrente is niet alleen fiscaal aantrekkelijk voor mensen met een hoog inkomen. Ook bij een middeninkomen kan een aftrekbare lijfrentestorting een aanzienlijk belastingvoordeel opleveren. Dat komt doordat niet alleen het belastingtarief, maar ook de inkomensafhankelijke afbouw van de algemene heffingskorting van invloed kan zijn op het uiteindelijke voordeel.
Uw belastingaftrek is vaak hoger dan u denkt
Bij de hypotheekrenteaftrek geldt een wettelijk maximum voor het percentage waartegen de rente kan worden afgetrokken. Bij een lijfrente werkt dit anders. Een aftrekbare lijfrentestorting verlaagt uw belastbare inkomen in box 1.
Daardoor betaalt u niet alleen minder inkomstenbelasting. Afhankelijk van uw inkomen kan ook de afbouw van de algemene heffingskorting worden beperkt. Het totale belastingvoordeel kan hierdoor hoger uitvallen dan het belastingtarief dat bij uw inkomen hoort.
Heeft u in 2026 een belastbaar inkomen tussen € 38.883 en € 78.426? Dan geldt voor dit deel van uw inkomen een belastingtarief van 37,56%. Een aftrekbare lijfrentestorting kan in een deel van dit inkomensgebied daarnaast leiden tot een hogere algemene heffingskorting. Hierdoor kan het belastingvoordeel oplopen tot ongeveer 44% van de aftrekbare inleg.
Dit percentage wordt ook wel de marginale belastingdruk genoemd: het bedrag aan belasting en heffingskortingen dat verandert wanneer uw belastbare inkomen met één euro stijgt of daalt.
Rekenvoorbeeld
Stel dat u in 2026 een bruto jaarinkomen heeft van € 50.000 en binnen uw jaarruimte € 1.000 inlegt op een lijfrente. Deze inleg verlaagt uw belastbare inkomen in box 1 met € 1.000.
Over dit deel van uw inkomen geldt een belastingtarief van 37,56%. Daarnaast wordt door de lagere belastinggrondslag de afbouw van de algemene heffingskorting gedeeltelijk teruggedraaid. Daardoor bedraagt het totale belastingvoordeel over de lijfrente-inleg ongeveer 44%.
Bij een aftrekbare inleg van € 1.000 ontvangt u in dit voorbeeld dus ongeveer € 440 terug via uw aangifte inkomstenbelasting. Uw netto inleg bedraagt daarmee ongeveer € 560.
Voor veel mensen is de belastingdruk na het bereiken van de AOW-leeftijd lager dan tijdens hun werkzame leven. In de eerste belastingschijf betalen zij geen AOW-premie meer, waardoor daar een aanzienlijk lager tarief geldt. Daarnaast kunnen heffingskortingen, zoals de algemene heffingskorting en de ouderenkorting, van invloed zijn op de belasting die over een extra lijfrente-uitkering wordt betaald.
Of daadwerkelijk een belastingvoordeel ontstaat, hangt af van uw persoonlijke situatie. Daarbij zijn onder meer uw AOW-uitkering, overige pensioeninkomsten, lijfrente-uitkeringen en eventuele andere inkomsten van belang.
Een voorbeeld
Stel dat u tijdens uw werkzame leven een bruto jaarinkomen heeft van € 50.000. U legt binnen uw beschikbare jaarruimte € 1.000 in op een lijfrente. Door de aftrek van deze inleg en het effect op de algemene heffingskorting bedraagt uw belastingvoordeel ongeveer 44%. U ontvangt via uw aangifte inkomstenbelasting dus ongeveer € 440 terug.
Na het bereiken van de AOW-leeftijd heeft u een bruto jaarinkomen van € 28.000. Daarnaast ontvangt u € 1.000 per jaar uit uw lijfrente. Over deze extra uitkering betaalt u inkomstenbelasting. Ook kan de uitkering gevolgen hebben voor de hoogte van uw heffingskortingen.
Uitgaande van een marginale belastingdruk van ongeveer 22,1% betaalt u over de lijfrente-uitkering van € 1.000 circa € 221 belasting.
In dit voorbeeld bedraagt het belastingvoordeel bij de inleg ongeveer 44%, terwijl de belastingdruk over de latere uitkering ongeveer 22,1% bedraagt. Het verschil is circa 21,9 procentpunt. Dit verschil vormt het fiscale voordeel dat ontstaat doordat de inleg wordt afgetrokken tegen een hogere belastingdruk dan waartegen de latere uitkering wordt belast.
Het uiteindelijke voordeel hangt af van uw inkomen tijdens uw pensioen
De belastingteruggave die u bij de inleg ontvangt, is nog niet hetzelfde als uw uiteindelijke belastingvoordeel. Over de uitkeringen uit uw lijfrente betaalt u later namelijk inkomstenbelasting in box 1. Het uiteindelijke voordeel hangt daarom vooral af van het verschil tussen de belastingbesparing bij de inleg en de belastingdruk op de latere uitkeringen.
In 2026 gelden voor box 1 de volgende belastingtarieven:
Belastingtarieven box 1
Belastbaar inkomen tot en met € 38.883
- Nog geen AOW-leeftijd: 35,75%
- AOW-leeftijd bereikt: 17,85%
- Nog geen AOW-leeftijd: 37,56%
- AOW-leeftijd bereikt: 37,56%
- Nog geen AOW-leeftijd: 49,50%
- AOW-leeftijd bereikt: 49,50%
Meer over de auteur

Dit artikel is geschreven door:
Mart Valkering van Advitas
Mart Valkering van Advitas