Het pensioen bij 65-jarige leeftijd bestaat uit 3 lagen:
De overheid zorgt voor een basisinkomen bij pensionering (AOW) of arbeidsongeschiktheid (WIA). Daarnaast keert de overheid in sommige gevallen ook een uitkering uit aan je gezin als je overlijdt (ANW).
AOW (Algemene ouderdomswet)
Vanaf 65 jaar ontvang je AOW van de overheid. AOW is een basispensioen voor iedereen die in Nederland gewoond en/of gewerkt heeft. De Sociale Verzekeringsbank betaalt je AOW. Je ontvangt AOW zolang je leeft.
Je spaart niet zelf voor de AOW. Vanaf je 15e tot je 65e bouw je automatisch 2% AOW per jaar op. Als je in het buitenland hebt gewoond of gaat wonen, bouw je minder AOW op. Elk jaar dat je in het buitenland woont, wordt 2% in mindering gebracht op je AOW.
De regering wil de AOW-leeftijd op termijn verhogen naar 67 jaar. Het is op dit moment nog niet precies duidelijk hoe en wanneer deze verhoging wordt doorgevoerd.
ANW (Algemene nabestaandenwet)
Na jouw overlijden ontvangen je partner en/of kinderen mogelijk een uitkering van de overheid. De uitkering aan je partner heet nabestaandenuitkering Anw. Je kinderen ontvangen mogelijk een (half)wezenuitkering. De Sociale Verzekeringsbank voert deze regeling uit. Niet iedereen ontvangt een Anw-uitkering. Je moet namelijk aan bepaalde voorwaarden voldoen. Wordt je partner 65 jaar, dan wordt de ANW omgezet in AOW.
WIA (wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen)
Als je in loondienst bent en na twee jaar ziekte niet meer kunt werken, dan ontvang je tijdens je arbeidsongeschiktheid mogelijk een uitkering van de overheid. Deze uitkering heet een WIA-uitkering. Niet iedereen die door ziekte niet meer kan werken, ontvangt een WIA-uitkering. De voorwaarden zijn namelijk streng. Bij je 65e wordt je WIA-uitkering omgezet in AOW.
De tweede laag bestaat uit pensioen dat je via je (oud)werkgever opbouwt. De werkgever betaalt premie en houdt daarvan een bepaald percentage in op een deel van jouw salaris (dat deel van het salaris heet pensioengrondslag). Als je bij verschillende werkgevers hebt gewerkt, bestaat jouw pensioen via de werkgever waarschijnlijk uit meerdere lagen.
Het pensioen bestaat uit ouderdomspensioen, nabestaandenpensioen en eventueel arbeidsongeschiktheidspensioen. Lees hier meer over bij pensioensoorten.
De bovenste laag kan bestaan uit aanvullend pensioen dat je zelf hebt geregeld in de vorm van lijfrente, koopsompolissen of banksparen.